antibiotica en kip

Dankzij een effectief reductieprogramma staat het antibioticagebruik bij kippen in Nederland op een laag niveau. Strenge gebruiksvoorschriften en een goede samenwerking van alle betrokken partijen in de sector, zijn verantwoordelijk voor de sterke daling sinds 2009. De resultaten van het reductieprogramma zijn zo aansprekend, dat de Europese Commissie de Nederlandse aanpak roemt als een voorbeeld voor de andere landen.


Omdat het gebruik van antibiotica mogelijk resistentie met zich meebrengt, zijn de veehouderijsectoren in 2009 gestart met reductieprogramma’s. En met succes! De rapportages van de Stichting Diergeneesmiddelenautoriteit over het gebruik van antibiotica bij vleeskuikens laten een voortdurende/sterke daling zien. In 2015 was al een reductie bereikt van 60% en zeer recent publiceerde de Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa) een rapport waaruit blijkt dat het antibioticumgebruik bij vleeskuikens in 2016 met nog 30% is gedaald ten opzichte van 2015. Belangrijk is ook dat de aan het antibioticagebruik gekoppelde resistentie in Nederland flink is gedaald. 


De daling van het antibioticagebruik in Nederland was het grootst bij vleeskuikens. In 2016 al met 72% ten opzichte van het basisjaar 2009. En het gebruik van de zogenaamde “kritische antibiotica” - nieuwere middelen die ook bij mensen kunnen worden gebruikt -  is nog harder gedaald. 

 

Twee belangrijke uitgangspunten in de aanpak zijn dat antibiotica alleen mogen worden gebruikt als de kippen ziek zijn (preventief gebruik is dus verboden) en dat ze alleen mogen worden gebruikt op recept van een dierenarts en volgens de bijsluiter.


De antibiotica-aanpak in Nederland komt voort uit/steunt op een goede samenwerking tussen sectorpartijen - pluimveehouders, broederijen, slachterijen, voerleveranciers - dierenartsen en de overheid. Alle door de dierenartsen geleverde antibiotica worden geregistreerd in een centrale database. Bedrijven worden vergeleken via een stoplichtmodel. Een groen bedrijf doet het goed, een oranje bedrijf moet zich verbeteren en een rood bedrijf moet onmiddellijk en aantoonbaar actie ondernemen. Dit gebeurt dan samen met de dierenarts en andere bedrijfsadviseurs. Pluimveehouders zijn voortdurend op zoek naar verbeteringen in het bedrijfsmanagent, maar ook innovaties in de keten en nieuwe marktconcepten dragen bij aan een betere diergezondheid en daarmee een lager gebruik van antibiotica.

 

Wanneer toch een medicijn moet worden ingezet is er wetgeving die residuen daarvan voorkomt. Voor ieder geneesmiddel dat wordt gebruikt is namelijk een wachttijd vastgesteld die moet worden aangehouden voordat het dier mag worden geslacht. Lees hier meer over op deze pagina.

 

De Europese Commissie ziet de Nederlandse aanpak als een voorbeeld voor andere landen in Europa. De vrijwillige aanpak door de sectoren met ondersteuning van de overheid heeft geleid tot forse reducties in het gebruik van antibiotica en van antibioticaresistentie.
De pluimveesector is tevreden met de ontwikkelingen, en gaat door op de ingeslagen weg: een verdere daling van het gebruik op voorwaarde dat dit niet ten koste gaat van dierenwelzijn, diergezondheid en de bedrijfsvoering van de ondernemers.

 

Bart Janssen is vleeskuikenhouder in Drenthe en zegt: "ik vind het mooi dat wij in de vleeskuikensector problemen gewoon aanpakken en oplossen. Zo ook met het terugdringen van antibiotica. Ook op mijn eigen bedrijf heb ik de afgelopen jaren steeds minder antibiotica hoeven gebruiken. Ik wil de dieren zo robuust mogelijk laten groeien met goed voer en in een prima stalklimaat. Daar sta ik voor, met trots!"