Reductie antibiotica gebruik

Resistentie tegen antibiotica

Resistentie tegen antibiotica is een probleem bij zowel mens als dier. Van resistentie wordt gesproken wanneer bepaalde bacteriën niet meer gevoelig zijn voor de behandeling met een antibioticum. Dit kan gevaarlijk zijn want het betekent dat patiënten, mens èn dier, met een bacteriële infectie niet meer met deze antibiotica kunnen worden behandeld. Veel en onjuist gebruik van antibiotica in zowel de humane als veterinaire gezondheidszorg spelen een rol bij de toename van resistentie. Meer over resistentie leest u op de website van het RIVM.

 

In hoeverre het gebruik van antibiotica in de veehouderij bijdraagt aan de resistentie bij mensen is nog onduidelijk. De succesvolle aanpak van de Nederlandse vleeskuikensector om het antibioticagebruik te verlagen heeft een duidelijk effect op de resistentie van bacteriën bij kippen en kip. Zo bleek uit rapporten van de Universiteit Utrecht en de Wageningen UNiversity and Research Centre.

 

Je kunt op heel veel manieren in contact komen met resistente bacteriën. Bijvoorbeeld in de contacten met dieren of mensen, in het ziekenhuis of wanneer je op reis bent. Via het voedsel kun je ook besmet raken maar hoe groot het aandeel via het voedsel is weten we niet. Deskundigen denken dat dit aandeel klein is. Door een goede keuken hygiëne toe te passen kan dit risico worden beperkt tot een minimum. Meer hierover leest u op de website van het voedingscentrum.

SUCCESVOLLE AANPAK

In hoeverre het gebruik van antibiotica in de veehouderij bijdraagt aan de resistentie bij mensen is onduidelijk. Niettemin heeft de vleeskuikensector sinds het begin van haar pogingen om antibiotica terug te dringen in 2009 tot en met 2016 een forse reductie gerealiseerd van 72%. Daarmee heeft de vleeskuikensector de grootste reductie van alle veehouderijsectoren weten te realiseren.

 

De SDa (de Autoriteit Diergeneesmiddelen) rapporteerde van 2013 op 2014 voor de vleeskuikensector nog een toename in het gebruik van antibiotica. Dat had te maken met de keuze om met name het gebruik van antibiotica in de eerste levensweek van de kuikens terug te dringen. In sommige gevallen moet daardoor later in het leven van het dier alsnog antibiotica worden toegediend. Bij oudere en dus zwaardere dieren is een hogere dosering nodig. Een negatief effect van een positieve inzet. In 2015 is de dalende lijn gelukkig alweer ingezet en werd een reductie van 7,4% behaald ten opzichte van 2014. En van 2015 op 2016 was de daling zelfs meer dan 30%. De daling in het gebruik van de voor de mens belangrijkste antibiotica is trouwens nog veel groter. Het gebruik van dergelijke middelen is al met meer dan 95% gedaald ten opzichte van 2011.


Ten opzichte van andere veehouderijsectoren heeft de vleeskuikensector procentueel de grootste reductie bereikt. Internationaal oogst de Nederlandse sector lof voor de succesvolle aanpak en krijgt het veel verzoeken om deze toe te lichten. Uit Europese cijfers blijkt dat het veterinaire antibioticagebruik in Nederland het sterkst is gedaald van alle lidstaten. Ook absoluut scoort Nederland goed ten opzichte van veel buurlanden, zo blijkt uit cijfers van het Europese Medicijn Agentschap (EMA).

 

Maar de ambities van de vleeskuikensector reiken verder. Daarom is het plan antibiotica aanpak pluimveesector 2016-2020 opgesteld. In die periode wil de sector het gebruik van antibiotica nog verder reduceren door de toepassing ervan te optimaliseren zonder dat de gezondheid en het dierenwelzijn van de vleeskuikens in gevaar komt. Bedrijven waar verhoudingsgewijs nog veel antibiotica worden gebruikt zullen specifieke maatregelen moeten treffen. Verder wil de sector dat meer onderzoek plaatsvindt naar de antibioticaresistentie en de mogelijke overdracht via de consumptie van kip. U kunt het plan lezen op de website van AVINED.

 

Lees meer pagina's over voedselveiligheid & volksgezondheid