Antibiotica

Resistentie tegen antibiotica

Resistentie houdt in dat bepaalde bacteriën niet meer gevoelig zijn voor antibiotica. Dit kan gevaarlijk zijn voor mens én dier, als zij een bacteriële infectie hebben kan dit niet meer worden behandeld met antibiotica. Veel en onjuist gebruikt van antibiotica speelt een rol bij de toename van resistentie. Meer over resistentie leest u op de website van het website van het RIVM.

 

In hoeverre het gebruik van antibiotica in de veehouderij bijdraagt aan de resistentie bij mensen is niet duidelijk. De aanpak van de Nederlandse vleeskuikensector om het gebruik van antibiotica te verminderen heeft wel een duidelijk effect op de resistentie van bacteriën bij kippen. Dit blijkt uit rapporten van de Universiteit Utrecht en de Wageningen University and Research Centre.

 

Je kunt op heel veel manieren in contact komen met resistente bacteriën. Bijvoorbeeld door contact met dieren of mensen, in het ziekenhuis of wanneer je op reis bent. Via het voedsel kun je ook besmet raken maar hoe groot het aandeel via het voedsel is weten we niet. Deskundigen denken dat dit aandeel klein is. Door een goede hygiëne in de keuken kan dit risico worden beperkt. Meer hierover leest u op de website van het voedingscentrum.

 

 

Onderzoek naar colistine resistente bacterien

Op 18 augustus 2017 werden de resultaten van een onderzoek uitgebracht waarbij monsters die in 2015 werden genomen met een zeer gevoelige methode zijn onderzocht. Uit het onderzoek kwam naar voren dat in 25% van de onderzochte monsters een bepaald resistentie gen (mrc-1) voorkomt dat ervoor zorgt dat bacteriën resistent zijn tegen colistine. Dit komt niet overeen met de inspanningen van de sector. De vleeskuikensector is dan ook zeer verrast door de resultaten van het onderzoek. 

 

Maatregelen in de sector

Colistine resistentie is een risico omdat in ziekenhuizen colistine soms gebruikt wordt als een laatste redmiddel. Daarom wil ook de pluimveesector de colistineresistentie zo veel mogelijk voorkomen. De sector wil de inzet van colistine zoveel mogelijk beperken. Uit de antibioticadatabase in de pluimveesector blijkt dat het colistinegebruik bij vleeskuikens erg laag is. In 2012 werd 35 keer colistine voorgeschreven, in 2013 16 keer, in 2014 14 keer, in 2015 18 keer, in 2016 11 keer en tot nu toe 4 keer in 2017. Verder is al het gebruik van antibiotica bij vleeskuikens tussen 2009 en 2017 met ruim 70% afgenomen. Uit de officiële MARAN-rapportage over resistentie in de veehouderij blijkt ook dat er een duidelijke relatie is tussen een lager gebruik van antibiotica en minder antibioticaresistentie bij dieren.

 

Aanvullend onderzoek

De vleeskuikensector wil graag meewerken aan verder onderzoek om antwoord te krijgen op de vele vragen die de sector heeft. De belangrijkste vraag gaat over de risico’s van de gevonden aanwezigheid van colistineresistentie. In de media vertelt het hoofd van de afdeling medische microbiologie van het UMC, Marc Bonten, over dit onderzoek dat deze vorm van resistentie waarschijnlijk al sinds een tijd van nature voorkomt en dat dit niet eerder kon worden aangetoond. ‘We hoeven ons hier in Nederland op dit moment absoluut geen zorgen over te maken’. Ook zegt hij: ‘In feite is de hoeveelheid resistentie op kipproducten die we nu gevonden hebben vele malen lager dan we in het verleden vonden’.

 

Andere vragen gaan over de situatie in 2016 en 2017. Is de daling van de prevalentie gelijk met de vermindering in het gebruik van colistine? Hoe ontstaat deze resistentie, hoe verspreid het en in hoeverre komt deze voor bij mens en dier? Het onderzoek van het AMPHIA ziekenhuis verwijst naar de herkomst van het vlees en niet naar de herkomst van de kuikens. Kan het zijn dat de resistentie in buitenlandse kuikens hoger is dan in Nederlandse kuikens? Zo bleek uit de eerder genoemde MARAN rapportage dat geïmporteerd vlees meer resistente bacteriën bevat.

 

 

SUCCESVOLLE AANPAK REDUCTIE ANTIBIOTICA

In hoeverre het gebruik van antibiotica in de veehouderij bijdragen aan de resistentie bij mensen is niet duidelijk. Toch doet de vleeskuikensector als sinds het begin pogingen om de antibiotica te verminderen, dit was in 2016 afgenomen met 72%. Dat is de grootste afname van alle veehouderijsectoren.  

 

De SDa (de Autoriteit Diergeneesmiddelen) vermeldde van 2013 op 2014 voor de vleeskuikensector nog een toename in het gebruik van antibiotica. Dat had te maken met de keuze om vooral het gebruik van antibiotica in de eerste levensweek van de kuikens te verminderen. Soms moesten dieren later alsnog antibiotica krijgen. Oudere dieren hebben ook meer antibiotica nodig. In 2015 ging het gebruik gelukkig weer omlaag met een vermindering van 7,4% ten opzichte van 2014. En van 2015 op 2016 zelf meer dan 30%. De vermindering in het gebruik van antibiotica belangrijk voor mensen is zelfs nog groter. Het gebruik van deze middelen is al met meer dan 95% afgenomen ten opzichte van 2011.


In vergelijking met andere veehouderijsectoren heeft de vleeskuikensector de grootste stappen gezet. Internationaal krijgt de Nederlandse sector veel waardering voor de succesvolle aanpak. Uit Europese cijfers blijkt dat het antibioticagebruik bij dieren in Nederland het sterkst gedaald is van alle lidstaten. Nederland scoort goed in vergelijking met veel buurlanden, zo blijkt uit cijfers van het Europese Medicijn Agentschap (EMA).


De vleeskuikensector wil nog meer ontwikkelen en verbeteren. Daarom is het plan antibiotica aanpak pluimveesector 2016-2020 opgesteld. In deze periode wil de sector het gebruik van antibiotica nog verder verminderen door het gebruik ervan te optimaliseren zonder dat de gezondheid en dierenwelzijn van de vleeskuikens in gevaar komt. Bedrijven die meer antibiotica gebruiken zullen hiervoor maatregelen moeten treffen. De sector wil ook dat meer onderzoek plaatsvindt naar de antibioticaresistentie en de overdracht via de consumptie van kip. U kunt het plan lezen op de website van AVINED.

 

Lees meer pagina's over voedselveiligheid & volksgezondheid