Best een beetje trots op uw keuze uit onze kip…

trots op onze kip

 

Wij Nederlanders eten gemiddeld zo’n 18 kilogram kip per jaar. Kip biedt immers variatie, is gemakkelijk te bereiden en is heel lekker. Om die populariteit van kip waar te maken, werken alle schakels in de vleeskuikensector samen als een Zwitsers uurwerk. Dat moet ook. Want zo garanderen we bijvoorbeeld voedselveiligheid en volksgezondheid. Internationaal staan we hiermee aan kop. 

 

Vernieuwen kunnen we ook. U ziet het aan de ruime keuze die we u nu kunnen bieden: van biologische en scharrelkip tot gangbare kip. Daar zijn we best trots op. En we zijn nog niet klaar. Er staan veel vernieuwingen voor de deur en we blijven onderzoeken hoe het nog beter kan. 

 

Illustratief voor de ontwikkeling die de vleeskuikensector doormaakt is de stijging in de afzet van de concepten zoals scharrelkip. In de periode van 2010 tot en met 2015 steeg het aandeel scharrelkip in het schap van de supermarkten bijvoorbeeld van 3,6% naar 13,6%.  

 

Wat veel mensen ook niet weten is dat zo goed als alle Nederlandse retailers, na overleg met de vleeskuikensector, zijn omgeschakeld naar nieuwe kipconcepten waarbij vleeskuikens worden gehouden die van een traaggroeiend ras zijn en die meer ruimte hebben in de stal. Dat is een ongekende stap die nergens ter wereld vertoond is.

 

Ook de Dierenbescherming erkent het succes van de vleeskuikensector. Op 20 oktober jl. publiceerde het cijfers waaruit blijkt dat het aantal vleeskuikens dat in 2016 volgens de eisen van het Beter Leven Keurmerk wordt gehouden ten opzichte van 2015 met 28% is gestegen. “Een explosieve stijging” zo stelt de Dierenbescherming zelf. En haar directeur, Verdaasdonk, gaf in een interview met de NOS aan dat “Nederland daarmee wereldwijd voorop loopt”.