Feiten en cijfers

Volksgezondheid

Salmonella:

De strenge Nederlandse aanpak werpt haar vruchten af. In de slachterij en uitsnijderij wordt de aanwezigheid van Salmonella op het eindproduct gemeten. Waar het percentage positieve eindproducten in 2000 nog 22% bedroeg, was dit in 2013 al gedaald naar nog maar 4%. Hieronder vallen alle typen salmonella, waarvan er meer dan 2300 zijn. Voor de twee Salmonella typen die de meeste humane besmettingen veroorzaken (Salmonella enteritidis en typhimurium) gold in 2013 een besmettingspercentage van nog maar 0,1% bij de eindproducten.

 

 

Kip is geen steriel product en dus kan Salmonella voorkomen. Maar in de vergelijking met een aantal andere producten levert het gelukkig een beperkte bijdrage aan het aantal voedsel gerelateerde salmonellabesmettingen bij de mens. Dit bleek uit een recente rapportage van de Europese Voedsel en Waren autoriteit (EFSA). Daaruit bleek dat bijna 45% van de voedselgerelateerde besmettingen bij de mens toe te schrijven zijn aan eieren en ei-producten.  Daarna volgen producten zoals snoep en chocolade (10,5%) en varkensvlees (8,9%). Samen met bakkerijwaren en rundvlees is kip in zo’n 5% de oorzaak. Door de vleeskuikensector wordt verdere reductie van besmettingen nagestreefd. Verder blijft de keuken hygiëne van groot belang. Daarom wordt kip altijd geëtiketteerd met de tekst "let op geef schadelijke bacteriën geen kans. Zorg daarom dat deze bacteriën niet via de verpakking, uw handen of het keukengerei in uw eten terecht komen. Maak dit vlees door en door gaar om deze bacteriën uit te schakelen."

Antibiotica

Antibiotica resistentie is een probleem voor zowel mens als dier. In hoeverre het gebruik van antibiotica in de veehouderij bijdraagt aan de resistentie bij mensen is onduidelijk. Niettemin werkt de vleeskuikensector sinds 2009 aan een reductie van het antibioticagebruik. Hier is ze goed in geslaagd. In de periode van 2009 tot en met 2015 is het gebruik met 60% teruggedrongen. Daarmee presteerde de sector het best ten opzichte van andere veehouderijsectoren. De sector is nu in een fase gekomen waarbij de reductie in het antibioticagebruik stagneert. Van 2013 op 2014 was er voor de vleeskuikensector zelfs een kleine toename in het gebruik. Dit heeft te maken met het feit dat de sector erop heeft ingezet om het (soms preventieve) gebruik van antibiotica in de eerste levensweek terug te dringen. Dit is gelukt maar heeft wel tot gevolg dat in sommige gevallen het gebruik van antibiotica later in het koppel en bij zwaardere dieren nodig was. Bij zwaardere dieren is een hogere dosering nodig. Een negatief effect dus van een positieve inzet. In 2015 is de dalende lijn gelukkig weer ingezet. Het blijft de ambitie van de sector om een verdere afname te bewerkstelligen. Daarom is een plan 2016-2020 opgesteld waarmee verdere reductie zal worden bereikt. Meer over dit plan en over de reductie van antibiotica staat op deze pagina.

Bekijk meer pagina's over feiten en cijfers