Milieu

Energie en water

In 2010 heeft de pluimveesector het Convenant Schone en Zuinige Agrosectoren ondertekend. In dit convenant met de Rijksoverheid belooft de sector om het energieverbruik in 2020 te verminderen en over te schakelen op tenminste 20% duurzame energie ten opzichte van 1990. Hoewel het totale energieverbruik de afgelopen jaren nog licht gestegen is, is het verbruik van fossiele energie nu al sterk teruggedrongen.


Een aanzienlijk deel van de mest wordt door verbranding omgezet in energie en mineralen. Dit gebeurt in een speciale biomassacentrale in Moerdijk. Hier wordt voldoende groene energie geproduceerd om te voorzien in de behoefte van een stad ter grootte van Breda. De pluimveevleessector heeft dan ook geen mestoverschot.
 

De verwachting is dat de komende jaren een aanzienlijke besparing op energie zal worden gerealiseerd door de installatie van warmtewisselaars, die via gescheiden circuits de instromende buitenlucht verwarmen met de uitstromende stallucht.
 

Ook pluimveeverwerkende bedrijven hebben zich toegelegd op het terugdringen van hun energiegebruik. In een meerjarig convenant met de overheid is een reductiedoelstelling van 2% per jaar opgenomen. Deze doelstelling is tot dusverre telkens behaald door middel van energiebesparende innovaties en procesaanpassingen.

Met al deze maatregelen heeft de vleeskuikensector het (fossiele) energieverbruik per kilogram geproduceerd vlees tussen 1990 en 2012 sterk weten te reduceren, van 27 naar 18 MJ/kg vlees (bron: Blonk Milieuadvies, 2011).


Ook op het gebied van waterverbruik zijn in de vleeskuikenslachterijen ontwikkelingen gaande. Enerzijds worden waterbesparende technieken ingezet, anderzijds is door diverse bedrijven geïnvesteerd in technieken om water te zuiveren voordat het wordt geloosd.