Voedselveiligheid en volksgezondheid

Voedselveiligheid en volksgezondheid zijn thema’s waarop niet moet worden geconcurreerd, vindt de Nederlandse vleeskuikensector. Ze zijn een gegeven. Behalve het naleven van de diverse Europese en Nederlandse wetten op dit gebied, neemt de sector daarom zelf verantwoordelijkheid voor het verder vergroten van de veiligheid van haar product. Dat doet ze door zichzelf private kwaliteitsregels op te leggen voor de afzonderlijke schakels in de keten en de toeleverende bedrijven. Op eigen initiatief worden extra bovenwettelijke eisen opgenomen en extra controles uitgevoerd op wettelijke verplichtingen. Tevens is de sector medeverantwoordelijk voor het opstellen en onderhouden van hygiënecodes. Een voorbeeld daarvan is de code voor de pluimveeslachterijen en uitsnijderijen, waarin praktische aanbevelingen worden gedaan voor de invulling van Europese eisen.
 

Het is bovendien essentieel dat goed wordt toegezien op naleving. Nederlandse overheidsinstanties en onafhankelijke certificeringsinstanties zien toe op de naleving van de wetten en kwaliteitsregelingen. Dat maakt kip tot een van de meest gecontroleerde voedingsmiddelen. Wel zo’n veilig idee.
 

Al met al hebben de ondernemers in de vleeskuikensector met nogal wat onderwerpen te maken als het gaat om voedsel- en volksgezondheid. We lichten er enkele uit.

 

Omroep Gelderland over de Gelderse pluimvee(vlees) verwerkende bedrijven:

Maandag 3 oktober 2016 bracht omroep Gelderland een artikel naar buiten naar aanleiding van inspectierapporten die ze via een WOB verzoek van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) had verkregen. Het ging om rapporten die door de NVWA zijn opgemaakt na geconstateerde overtredingen bij 20 Gelderse bedrijven in de pluimvee(vlees) verwerkende sector in de periode van 2010 tot en met 2015.

In haar artikel stelt omroep Gelderland dat een aantal van deze bedrijven “stelselmatig, grote overtredingen” begaat en dat “de NVWA vaak waarschuwt, maar niet hard ingrijpt”. De omroep wijst onder andere op de constatering dat poepresten op geslachte kippen zijn aangetroffen en stelt dat bedrijven de Salmonella bemonstering niet op orde zouden hebben. Het volledige artikel kunt u hier lezen.

 

NEPLUVI, de brancheorganisatie voor de pluimveeverwerkende bedrijven in Nederland, heeft op dit artikel gereageerd.

NEPLUVI herkent zich niet in het beeld dat wordt neergezet alsof bedrijven “een loopje nemen met de voedselveiligheid”. De Nederlandse bedrijven in de pluimvee verwerkende sector behoren tot de modernste en best presterende ter wereld. Het feit dat Nederlandse kip over de hele wereld wordt gewaardeerd is daar een bevestiging van. In de periode van 6 jaar waarin de inspectierapporten zijn opgemaakt zijn ca. 1 miljard dieren (!) geslacht bij de betreffende bedrijven. De Nederlandse pluimveeslachterijen staan (op een aantal kleinere na) onder permanent toezicht van de NVWA. Dan is het niet uit te sluiten dat soms een bevinding wordt gedaan. Uiteraard moeten, daar waar regelgeving wordt overtreden, passende maatregelen worden opgelegd. Daarover kan geen misverstand bestaan. Maar het beeld van bedrijven die “er met de pet naar gooien” is echt onjuist.

 

Meer specifiek geeft NEPLUVI aan dat uitslagen van onderzoek positief kùnnen zijn (bijvoorbeeld de uitslag van een Salmonella onderzoek). Dat is natuurlijk niet verboden, het gaat er om welke acties er vervolgens genomen worden en die moeten volgens de betreffende (Europese) regels zijn.

Daarnaast is het ook van belang om te onderkennen dat vers pluimveevlees niet steriel is. De consument weet dit. Er is zelfs sprake van een verplichte etikettering. Het aantal besmettingen met salmonella bacteriën door kip veroorzaakt, is dan ook lager dan bijvoorbeeld bij varkensvlees (bron: Staat van Zoönosen 2014, RIVM). Voor de laatste vleessoort gelden overigens geen aanvullende wettelijke maatregelen.

 

Wat betreft het onderwerp bezoedeling zijn er duidelijke afspraken gemaakt in het kader van de hygiëne code, ondertekend door de staatssecretaris en minister van EZ respectievelijk VWS. Het gaat er om dat het pluimveevlees dat wordt geleverd aan de consument voor consumptie geschikt is. Het moet veilig genoeg zijn en geen extra risico opleveren (er is altijd een beperkt risico, kip is niet steriel!). Op verschillende plaatsen in het productieproces kan er worden ingegrepen om vormen van bezoedeling aan te pakken. Met andere woorden: je kunt het in een eerdere fase constateren terwijl het later in het proces alsnog wordt verwijderd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het aantreffen van gal of eigeel. Dat geeft wel een verkleuring maar geen extra risico. Het is vooral een kwaliteitsaspect. De consument ziet dit nooit in de winkel en dat kan kloppen, want hoewel het geen risico oplevert wil de producent het toch niet hebben en neemt daarom maatregelen later in het proces.

Ook de regels in het kader van dierenwelzijn zijn van belang. Indien het welzijn geschaad wordt dan is ingrijpen op zijn plaats. Natuurlijk moet er dan worden nagegaan wat er  fout gaat. Indien zaken niet conform de regelgeving gaan, zoals bij overbelading (meer gewicht aan dieren in de transportsystemen dan op basis van de regelgeving is toegestaan), dan wordt nagegaan waardoor dat komt en hoe dat voortaan te voorkomen is.

 

Tenslotte wijst NEPLUVI er op dat de constateringen zich uitstrekken over een periode van 6 jaar (2010 tot en met 2015) en betreffen het slachten van ongeveer één miljard (!) dieren. De sector betreurt elke tekortkoming die terecht geconstateerd is. Daarom is de pluimveevleessector constant bezig met het ontwikkelen en doorvoeren van verbeteringen en innovaties. De Nederlandse producenten van kip staan daar wereldwijd om bekend. Die innovaties maar ook het pluimveevlees dat we hier produceren, gaan vervolgens de hele wereld over. Nederland is een gidsland, en die positie versterken we nog voortdurend door het doorvoeren van verbeteringen.

 

Lees meer pagina's over voedselveiligheid & volksgezondheid