Kip in ontwikkeling

Kip in Nederland: continu in ontwikkeling

 

Uitvoeringsagenda Pluimveesector

De Nederlandse vleeskuikensector is volop in beweging. Door intensieve samenwerking en uitwisseling van kennis binnen de sector ontstaan er steeds nieuwe ontwikkelingen op verschillende gebieden. Deze ontwikkelingen hebben structuur en richting gekregen in de Uitvoeringsagenda 2020, waar de ambities en acties voor de periode tot en met 2025 en streefbeelden voor de langere termijn (2030) zijn opgenomen.

De pluimveesector (Avined, Anevei, COBK, LTO/NOP, Nepluvi, NVP) heeft samen met Nevedi, en met inbreng van de Dierenbescherming, een vertegenwoordiging van Natuur en Milieufederaties en de Ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, een uitvoeringsagenda voor verduurzaming opgesteld. Uitgangspunten zijn de LNV-visie Waardevol en Verbonden, het Klimaatakkoord en de visie Koers voor een Vitale Pluimveehouderij in 2025 van NVP en LTO/NOP1 . Voor deze uitvoeringsagenda zijn streefbeelden geformuleerd richting 2030. Voor de kortere en middellange termijn (tot 2025) zijn doelen geformuleerd en acties voorzien op het vlak van klimaat, circulariteit, gezondheid van mens en dier en dierenwelzijn en maatschappij. De acties vormen een uitbreiding op een aantal reeds lopende programma’s, zoals uitfasering ingrepen, Roadmap Aviaire Influenza, aanpak van Salmonella en Campylobacter en terugdringing van het antibioticagebruik. De nieuw geformuleerde acties ziet de pluimveesector als noodzakelijk en/of een kans.

 

De belangrijke streefbeelden richting 2030 en verder, zijn:

· De pluimveesector is in al haar geledingen een gewaardeerde sector in Nederland, die hoogwaardige producten tegen eerlijke prijzen voor de voedselketen levert. De sector is divers en speelt actief in op specifieke marktsegmenten in Noordwest Europa. Marge, maatschappelijke inbedding en werkplezier hebben prioriteit boven enkel kostenreductie.

· In de pluimveehouderij streven we naar 100% gebruik van diervoedergrondstoffen, die als niet geschikt beschouwd worden voor humane consumptie2 .

· Bij de keuze van (voeder)grondstoffen, de inrichting van het erf en de inperking van emissies is de impact op biodiversiteit een belangrijk criterium.

· Natuurlijk gedrag is uitgangspunt en randvoorwaarde voor de huisvesting en verzorging van de dieren en dat leidt niet tot afwenteling op milieuaspecten.

· Vanuit de diversiteit is de Nederlandse pluimveesector de proeftuin voor de in Nederland gevestigde wereldwijde marktleiders in toelevering (zoals machinefabrikanten en stallenbouwers) aan de mondiale primaire en verwerkende pluimveesector. De doelen en actiepunten voor de kortere en middellange termijn zijn: Klimaat

· De pluimveesector is netto-energieproducent per 2025 door energiebesparing en opwekking van duurzame energie met bijvoorbeeld zonnepanelen, aardwarmte, windenergie en biomassa en zoekt samenwerking met de energiesector voor energielevering en -opslag.

· De pluimveesector gebruikt duurzame voedergrondstoffen, met een lage CO2-footprint. Circulariteit

· Per 2022 wordt diermeel in pluimveevoeders benut en per 2025 ook surplus food en food waste, mits dat voor mens en dier veilig kan, regelgeving nationaal en internationaal dit toestaat en afnemers in binnen- en buitenland dit accepteren.

· Alternatieve eiwitten (insecten, algen, etc.) worden in het pluimveevoer gebruikt zodra zij beschikbaar zijn, mits zij duurzamer (inclusief economische aspecten) zijn dan de traditionele eiwitbronnen.

· Pluimveemest wordt waar mogelijk per 2023 ingezet als voeringrediënt voor insecten, wormen en/of vissen en/of herkauwers, als dat veilig kan en de regelgeving daarop is aangepast en daarnaast als hoogwaardige bron van nutriënten in de akker- en tuinbouw in en buiten Nederland. De eventueel resterende mest wordt ingezet voor energieopwekking.

· De co-producten uit de pluimveeketen (slachterijen, broederijen, eiverwerking) worden, zodra de regelgeving dat toelaat, zo gewonnen dat hoogwaardige toepassing mogelijk is in humane en/of dierlijke voeding. Gezondheid van mens en dier

· Emissies van fijnstof, ammoniak, endotoxinen en geur zijn bij voorkeur aan de bron zo ver ingeperkt dat in ieder geval de omgeving geen risico loopt en worden, indien zinvol en mogelijk, verder ingeperkt. De pluimveesector wil in 2019 met de overheid een convenant sluiten over generieke inperking van emissies van fijnstof en ammoniak, o.a. door herlocatie van (stoppende) bedrijven en maatregelen bij ver- en nieuwbouw (per 2021 37% reductie van fijnstofemissie) en specifieke inperking van emissies voor bewoonde gebieden waar nu relatief veel fijnstofemissie is en de pluimveesector daar een substantieel aandeel in heeft.

· Diergezondheid wordt bevordert en zoönotische infecties ingeperkt.

· Dierbehandelingsmiddelen (inclusief antibiotica) worden terughoudend en zorgvuldig ingezet. Dierenwelzijn en Maatschappij

· Letsel door vangen, laden en transport van pluimvee is in 2020 gebenchmarkt en wordt geminimaliseerd door een integrale ketenaanpak.

· Vitaliteit van dieren is per 2020 in beeld gebracht en wordt geoptimaliseerd.

· Vleeskuikenouderdieren worden naar hun fundamentele behoeftes gehouden en gevoerd (2025).

· Voor leghaantjes wordt de ingezette pilot met seksen van embryo’s in Nederland voor 2021 geëvalueerd en worden vervolgstappen geïnitieerd.

 

De pluimveesector werkt voor de kortere termijn aan verbetering op de te onderscheiden onderwerpen. Omdat een verbetering op het ene duurzaamheidsaspect gepaard kan gaan met verslechtering op een ander duurzaamheidsaspect, is integrale afweging en evenwichtige implementatie van de mogelijke veranderingen noodzakelijk. Gegeven het ambitieniveau in de streefbeelden is systeeminnovatie zeer waarschijnlijk noodzakelijk. Dat vereist een lange termijn aanpak en voor diverse onderdelen onderzoek, waarbij de pluimveesector samenwerking met en inbreng van overheid en andere partijen noodzakelijk acht. De acties op de korte en middellange termijn zijn zo gekozen, dat zij de aanpak voor de lange termijn niet blokkeren. Goed onderbouwde en breed gedragen definities en kwantificering van ‘duurzaamheid’, ‘circulariteit’ en klimaatbelasting (CO2-equivalenten5 ) zijn belangrijke hulpmiddelen bij afweging van maatregelen en monitoring van de voortgang in de pluimveesector.

 

Belangrijke randvoorwaarden voor het realiseren van de streefbeelden en de doelen op kortere en middellange termijn zijn een verdienmodel voor te leveren inspanningen en investeringen, investeringsruimte, een level playing field ten opzichte van andere landen (o.a. pluimveeproducten op de Europese markt worden conform EU-normen geproduceerd) en op onderdelen aangepaste regelgeving. Analyse van potentiële markten, marktconcepten en prijsvorming en ontwikkeling van (nieuwe) markten is een continue activiteit van de pluimveesector. Zij zoekt daarvoor nauwe samenwerking met andere partijen, zoals retail en consumentenvertegenwoordigers in Nederland en Duitsland als belangrijke markt. Kosten en baten moeten naar rato in de keten verdeeld worden. De pluimveesector zoekt daarom aansluiting bij de LNV-Taskforce Verdienvermogen. Voor de langere termijn wordt gestreefd naar nieuwe, integraal duurzame productiesystemen en marktconcepten, die overall winst opleveren voor de opgaven klimaat, circulariteit, gezondheid voor mens en dier, dierenwelzijn en maatschappelijke acceptatie. Voor de komende jaren wordt daarom gewerkt aan ‘lineaire’ verbeteringen (van duurzaamheid 1.0 naar een versie 2.0 of 3.0) en parallel daaraan aan de variant circulair 1.0. Dat zal doorgaans een systeemverandering betekenen en daarom meer tijd en onderzoek vergen.

 

De uitvoeringsagenda is een levend document. Vanuit de brancheorganisatie Avined wordt een (werkgroepen)structuur opgezet om voortgang in de agenda te bewerkstelligen. Twee maal per jaar en afgestemd op het sectoroverleg tussen de pluimveesector en LNV, wordt de voortgang in en mogelijke aanpassingen van de agenda met LNV besproken. Avined initieert dit overleg en zorgt voor inbreng van de partners in de uitvoeringsagenda. Voor de onderwerpen voor de korte en middellange termijn is in deze rapportage een werkwijze voor monitoring aangegeven. Zo nodig worden acties toegevoegd of aangepast.

 

Wilt u meer weten over de uitvoeringsagenda? Download hem dan hier.